Stoksken, deel I

Het ergste aan stokjes, awards en syfilis is dat een mens zelf moet ontdekken dat hij of zij ze gekregen heeft. Ontdek je dat niet, dan let je dus niet goed op, en foei daarvoor! En ik kan zo moeilijk weigeren van er iets mee aan te vangen. Het leukste gedeelte is dan weer het doorgeven, wat een soort wraak en dus voldoening inhoudt. 😀 Ik kreeg het 10-Dingen-Stokje van Katrien, en ik vind het ook wel een goeie aanleiding om het bloggen terug op te nemen. Anderzijds was een stokje van haar eigenlijk ook de aanleiding om te beginnen bloggen, dus als ik er nu mee zou stoppen, zou de cirkel mooi rond zijn. 🙂

  1. Ik ben een Open Boek voor wie mij in ’t echt kent. Het wordt een uitdaging om Katrien dus iets te vertellen dat ze nog niet weet. Gaat ook niet lukken denk ik. 🙂 Maar alleen bij mensen bij wie ik me op mijn gemak voel, durf ik alle maskers echt laten vallen. De meeste toch. En eens het zover is, ben ik best snel samen te vatten. Letterlijk: ik heb voor mijn 30e verjaardag van 2 dierbare vriendinnen een boek gekregen met 30 tips om Savooi te worden. En ze waren er allemaal boenk op. Ik denk graag dat er meer voor nodig is om me te klonen, maar zeker ben ik er niet van.
  2. Pas op mijn 11 jaar heeft iemand me verteld dat een mens ook kan niezen met de mond open. Tot dat moment niesde ik dus met gesloten mond. Gelukkig had mijn grootmoeder me geleerd altijd een handje voor de mond en vooral neus te houden. Resultaat: steevast handje vol oester, en een heel gedoe om dat weer proper te krijgen. Ik weet nog exact wie me dat wanneer en waar verteld heeft: het was een oudere jongen van de fanfare waar ik toen bugel leerde spelen (is dit Ding Drie al?), en hoewel hij me eigenlijk uitlachte, ben ik hem nog steeds dankbaar voor die wijsheid.
  3. Ik was nog ouder toen ik echt leerde fietsen, ik moet al in de middelbare school gezeten hebben. In de eerste helft van de lagere school trapte ik wel een eind weg op zo’n klein kinderfietsje, maar dan stond er ineens een Grote Fiets voor mijn neus, ter gelegenheid van het één of ander. Vééls te groot, en vooral: met buis… Ik herinner me nog heel vaag dat ik eens van het zadel geschoten ben, waarbij mijn nauwelijks ingedaalde testikels kennismaakten met het rood gelakte staal mijner tweewieler. Tot de dag van vandaag hangt één mijner kroonjuwelen iets lager dan de andere. En ik wijt dat aan dat ongeluk. Het heeft nog jaren geduurd voor ik echt wilde leren fietsen. M’n achterstand heb ik ondertussen weggewerkt: ik fiets dagelijks naar het werk (16 km enkele reis), ben vaak nog de enige die bezweet op feestjes aankomt etcetera. Het feit dat ik auto noch rijbewijs heb (wegens epilepticus zijnde, Ding 5 dus eigenlijk) speelt daar een rol in, maar ik verkies toch de fiets boven het onvoorspelbare en overbevolkte openbaar vervoer.
  4. Veel langer dan de andere jongetjes in mijn klas, ben ik misdienaar geweest. Mijn gezicht klaarde op als meneer pastoor me kwam vragen om mee een huwelijksmis te dienen in het weekend. Ik was als jongeling nogal gelovig, en ik snap nog steeds niet waarom ik dat zo lang ben blijven doen: ik vond een mis immers veel mooier vanuit de kerk dan vanop mijn stoeltje achter het altaar. Misschien omdat ik slecht nee kan zeggen… (jawel, Ding 7!) Of misschien wou ik zelf wel priester worden? Lichte huivering hier nu, brrr… Toen mijn Roeping maar niet wou komen, heb ik beslist dat met de handen onder het laken slapen toch veel leuker was. Nu slinger ik soms heen en weer tussen pantheïsme en paganisme enerzijds, en volslagen atheïsme anderzijds. Op sommige dagen volstaat ’42’ nu eenmaal niet als antwoord.
  5. Ik kan heel goed haten. Iedereen heeft naar mijn oprechte mening recht op een lijstje van 3 namen, die hij ooit, als niemand het ziet, in een ravijn moet mogen duwen. Mijn lijstje ligt al een goeie 6 jaar vast. En ik wil dat eigenlijk niet, haten is je reinste tijdverspilling. Maar het houdt wel een aantal demonen gefocust.

Met deze eerste vijf Dingen en goed 700 woorden zult u het voorlopig moeten stellen, dat geeft u én mij een reden om hier snel nog eens terug te komen. 😛

3 gedachten over “Stoksken, deel I

  1. Jieha! Eindelijk eens deftige lectuur op een uur waarop ik liever had dat mijn kinderen nog sliepen op zondag.

    Punt driegewijs:
    – Ik durf te gokken dat de fiets voor uw P.C. was. Niet?
    – Volgens mij heeft trouwens 90% van de mannelijke bevolking zo’n ongeluk gehad dan. 😀

    En toch, u bent er toch al deels in geslaagd mij wat te vertellen wat ik niet wist. Hoera!

  2. Ik dacht dat ook eerst, maar ik denk dat ik hem al eerder had. Verjaarsdag of zo. Ik ga dat eens checken zie!

    En ge bedoelt dus dat ik niet de enige was die het zo moeilijk vond om te leren fietsen? Hele geruststelling, dat had wel iemand eerder mogen zeggen! Story of my life blijkbaar, Dingen laat ontdekken… 😉

  3. Ik vind het ge-wel-dig om dit te lezen omdat hier ook herinneringen inzitten. Ik kan me zo de rode fiets nog voor de geest halen, ook vanwaar die komt maar de gelegenheid ben ik ook wat vergeten. Ter mijner verdediging durf ik stellen dat ik wel vier winters jonger ben. :-p
    Ook het misdienaar wezen kan ik mij herinneren. Best wel leuk!

Reacties zijn gesloten.