Ik fietste over een slak
’t viel echt niet te vermijden
er zei ergens iets krak
diep vanbinnen bij ons beiden
Tegenwoordig beleven zowel mijn kater als ik te weinig om hier serieuze dingen te posten… 🙂
Ik fietste over een slak
’t viel echt niet te vermijden
er zei ergens iets krak
diep vanbinnen bij ons beiden
Tegenwoordig beleven zowel mijn kater als ik te weinig om hier serieuze dingen te posten… 🙂
Onderweg naar huis, des nachts, per fiets, langs een donker fietspad, zonder licht, met enige XL-pilskes in ietwat onmannelijke glazen, in de graskant een kat, voor mijn wiel een egel:
Mijn kater keek naar de kat
de kat keek naar de egel
ik reed de egel plat
en mijn kater was ontregeld.
Noot 1: het scheelde maar een haar, egel, kat en kater stellen het wel. Maar het had gekund!
Noot 2: ik fiets in het donker altijd mét licht, alleen op dat fietspad niet.
Mocht er in het verleden alsnog een teletijdmachine worden uitgevonden, dan hoop ik dat mijn 18-jarige Ik niet op bezoek komt. Hij zou met rode verf BURGERTRUT op mijn gevel spuiten denk ik. Met al dat verhuizen komt een mens vreemde lijstjes tegen. Deze Dingen wilde ik als jonge snaak verwezenlijkt zien voor ik het Vuur der Jonkheid kwijt zou raken…
Misschien moet ik toch maar een moto overwegen…
als kind wou ik graag dichter zijn
of journalist of schrijver
maar net als die hele kindertijd
was die droom ook geen blijver
Ooit kwam ik eens thuis van bivak
met een teek onderaan m’n zak.
Die arme teek kon ook niet weten
dat ie in m’n rugzak had gebeten.
Twee maal per week trek ik naar de plaatselijke supermarkt, om mijn kasten en mijn maag min of meer gevuld te houden (plaats dat ik heb!) En hoewel ik me er bewust van ben dat dit een gemak is zonder gelijke, kijk ik er ook twee maal per week licht tegen op. Behalve tegen het afronden van mijn bezoek…
Twee maal per week ervaar ik de verbazing eigen aan een kind dat een goochelaar aan het werk ziet en, in plaats van de verrassende wendingen toe te schrijven aan vakmanschap en oefening, volhardt in de overtuiging dat hier loepzuivere magie aan het werk is.
Ik ben een chaoot, dus in plaats van mijn winkeltas vol te laden in de volgorde waarmee ik de gewenste winkelwaar tegenkom, ga ik alles zoeken in de volgorde zoals het op mijn briefje staat. Met als voordeel dat ik bijna elke keer iets ontdek dat ik voordien niet zou weten te vinden. Een nadeel van het chaoot-zijn is dat mijn tas binnen de kortste keren overvol zit.
En elke keer, zonder uitzondering, slagen de dames aan de kassa er in om mijn tas zo in te laden, dat er makkelijk nog voor 2 weken proviand had bijgekund! Ik ga aan de band staan met een tas die net niet lijkt te gaan scheuren, en ik verlaat het pand met een bodempje. Waarlijk wonderbaarlijk!
Tot op heden ben ik er nog niet achter of die dames een cursus daartoe volgen, of dat ze van tevoren worden geselecteerd op aanwezigheid van bepaalde genen die ik duidelijk ontbeer of zoiets. Maar laat dat van ondergeschikt belang zijn: laat ons die geweldige eigenschap inzetten waar mogelijk!! Zet een team van deze super-vrouwen op de schikking van de bedden in de asielcentra, en het nijpende beddentekort is opgelost! Laat ze onze steden, parkeerruimtes en bedrijvenzones onder handen nemen, en Vlaanderen zal nog nooit zo ruim zijn geweest. En als ze daarmee klaar zijn, wil ik er graag één uitnodigen bij mij thuis. Voor een kopje koffie of een borrel, en stiekem ook om mijn kasten en lades te betoveren.
Als een hele halve zool
liet ik mijn zonnebril niet wijken
want wat is meer geschikt
om stiekem rond te kunnen kijken?
De airco deed haar best
doch werd overklast door ’t geroezemoes
en dat werd dan weer overstemd
door al die vrouwen, losjes in de bloes.
Ge zijt zelf ne vetzak 😉
Soms ben ik echt een ezel
want van ezels is geweten
dat zij tijdens ’t schijten
als vanzelf beginnen zweten
Yep, af en toe ben ik té.
Ooooooooooooooh was ik maar geen heiden, maar gelovig en godsvruchtig,
dan bad ik het frisser was, of koel of zacht of luchtig.
Ik hang op mijn bureau als een vreemde brok raclette
en al is’t een voorschot op de hel: ik blijf toch lekker ketter
Dichter bij een rijmpoging geraak ik vandaag niet.
zij een boerendochter, en ik, als kempenzoon,
wist dat te waarderen, potverdekke: zij was schoon
we lagen in de schuur, tot haar vader haar kwam halen
alleen hier in het stro: dà t noem ik pas balen
Yihaa, de Grote Vakantie begint vandaag!!!