Samen uit

Wat een dag! Music for Life haalde in de eerste 12 uur al tienduizenden euro’s op, mevrouw Lhermitte kreeg onterecht levenslang, de regering deed alsof ze viel, en ik kwam na een half decennium nog eens in het plaatselijke jeugdhuis!

Wat bedoeld was als een avondje kletsen in de kroeg met een goeie vriend, eindigde in een trip down memorylane in een fijn en steeds groeiend gezelschap, nadat ik mijn andere vriend de kater tegenkwam aan de toog. Herinneringen werden opgehaald, beloftes werden gemaakt, plannen gesmeed, en ik noch m’n kater hebben iemand proberen binnen te doen. En achteraf door de regen per fiets naar huis. Wat een heerlijk begin van 16 dagen broodnodige vakantie. En morgen wordt nog beter, want ik was vanavond sterker dan m’n kater.

Mesthoorn

Gisteren stond ik tijdens 1 van mijn favoriete ogenblikken van een werkdag naar een akker te kijken, die in deze periode van het jaar grotendeels bezaaid is met onkruid. In het midden van de akker lag een grote hoop mest te dampen. Die berg had het potentieel in zich om heel de akker vruchtbaarder te maken, maar lag er een beetje onverschillig bij.

Deed me denken aan België. Verder niks te melden.

Mijn vriend

De TV is mijn vriend. Een vriend met een kabel en een aan-uit-knop. Zonder TV had ik vanavond immers geen aflevering van Slisse en Cesar kunnen meepikken. De originele reeks, van de “Dienst Drama”. Ongepolijste dialecten, het vuur in de stem van Sander Slisse aka Ward de Ravet! En dat mooie beeld van een vroeger dat waarschijnlijk nooit echt bestaan heeft. Ik kan er honderduit mee lachen, en ingehouden meeleven.

Met 1 simpele druk op een toetsje belandde ik bij Canvas, waar ik een dominee Billyzag die met zijn Stop Shopping-koor op kruistocht is tegen de shopocalypse tijdens de feestdagen. Met een welgemikt change-allujah drijft hij de duivel uit je credit card. Het vuur in zijn stem is anders dan bij meneer Slisse, maar het brengt me ook aan het lachen. De animaties met gristelijke iconen waar Jeroom trots op zou zijn hielpen daar wel bij. De camera volgde dan een koppel dat een kerstgarderobe ging kopen voor Lola. De op krediet betaalde outfit werd bijgezet in een enorme kast, en toen kwam Lola in beeld: een hond van het formaat dat je kan doodpissen.

Ik wou van de weeromstuit gaan slapen. Slaapwel vriend TV, hallo vriend PC 😀

Bompie

Soms wou ik dat ik al een grootvader was, met borsteltjes in plaats van wenkbrauwen en bretels die mijn broek zo hoog ophouden dat er geen ruimte overblijft voor de verbeelding. En dan zal ik knorrig en wantrouwig door het dorp schuifelen op m’n te grote sloffen en tegen al wie het niet horen wil roepen dat het vroeger beter was.

“Koud? Als ge het koud hebt op de fiets, dan trapt ge niet hard genoeg!” (is ook zo)

“Nen held? Omdat ie 2 schoenen gooide naar een oliebaron? Joengske, als wij naar den BIL gingen zien, dan smeten wij allemaal met schoeisel! Heel de zaal, op die scheidsrechter zijne kop zelfs!”

“Ik herinner het me nog alsof het gisteren was: een afbeelding van een laptop moest toen nog verkleind worden om in een reclamefolder te passen. Nu zijn de folders groter dan de laptop!”

Pompbak

Mocht ik op het tv-journaal zien dat mijn dochter de advocate is die met een glimlach staat te verkondigen dat haar cliënt de moordenaar onterecht wordt vastgehouden na een procedurefout, ik zou wensen dat ik mijn zaad elders gedeponeerd had.

Gumor

Ondanks hevig gekoesterde momenten met zonneschijn, wegen de korte dagen zoals elk jaar toch een weinig op mijn humeur. Kort samengevat: op zomerdagen dartel ik rond zonder enige moeite. Ik prijs eender wie voor 2 lichtpuntjes in de schemering:

  1. Binnen exact een weekje beginnen de dagen terug te lengen, en dan is het nog een kwestie van enkele regenachtige maanden vooraleer de zomer weer kan beginnen.
  2. Heel af en toe laat de TV mij al dan niet bedoeld onwaarschijnlijk hard lachen, en daar kikker ik dan van op.

Gisteren heb ik bijvoorbeeld erg luid gelachen toen ik aflevering 11 van “Neveneffecten” bekeek op video, “De landing” om concreet te zijn.  Mucho respecto, alweer. Iets meer dan een half uur lang over en weer geslingerd worden tussen stille bewondering over de mooie beelden (die we in Vlaanderen wel gewend zijn van zondagavond-fictie, maar niet van humoristische programma’s) en lachkriebels, het ontspant een mens.  Die lachkriebels bestrijken het hele scala van gniffelen (“Wij waren hoogstens mis in den oorlog”) tot schateren (“Allez wie gaat er nu voor de komische noot zorgen als er ongemakkelijke stiltes vallen?” … Stilte… Waarop een perfect zelfstandige doch blinde mede-soldaat tegen de vlaggenmast knalt).

Ik word stilaan beter in dingen programmeren, behalve de video dan. Daardoor was de 2e ronde van de Comedy Casino Cup ook op de videoband verzeild geraakt. Het kan aan mij liggen, of aan de jury, maar ik vind dat er dit jaar best sterke kandidaten zijn overgebleven na de voorrondes. Namen en grappen zijn 2 dingen die ik niet kan onthouden, dus ik kan helaas niet navertellen wie ik waarom het grappigst vond. Ik weet alleen nog vaag dat ik gelachen heb met de lekkerste tieten van de hele wereld, met giraffen in den oorlog, en met Japanners die hun verticale geschrift moeten lezen door hun horizontale spleetoogjes. Noem mij geen kenner, maar ik meende dat er wel wat talent stond te ontluiken op dat podium. Maf moment wel: de kandidaat die op voorspraak van het publiek doormag naar de volgende ronde, reageerde op het einde ietwat verbaasd “Ik snap niet dat de mensen mij schattig vinden. Ik ben niet schattig, het ga echt ni zo goe met mij”. OF geestige reactie, OF licht triest (en herkenbaar, ik herinner me dat ik me ook ooit zo gevoeld heb). Benieuwd wat de volgende weken gaan brengen, de deelnemers worden vanaf nu gecoacht door professionale stand-uppers. Hopelijk beslist Canvas om hen te gaan ondertitelen, want ik was niet steeds mee met wat Nigel Williams, Alex Agnew en Hunter Lamoot uit hun botten sloegen.

Vanmiddag heb ik tenslotte nog eens smakelijk gelachen met het Nieuws. De omstreden anti-GSM-straling-chip van *WEGGEBLIEPT* blijkt te werken! Op een “artsencongres in Antwerpen” had men daar empirisch bewijs voor verzameld. Men liet een vrouw plat op een tafel liggen, op haar rug, en ze diende met 1 knie tegen de hand van een onderlegd medicus te dienen. De oefening werd herhaald terwijl de vrouw aan het bellen was, en de weerstand knie versus hand bleek heel wat kleiner! Tot slot dezelfde oefening, maar nu belde de vrouw met een GSM mét straling-chip en tadaaa: de weerstand was groter. Wat als bewijs moest dienen dat de chip werkt. Of het eerste telefoongesprek was gewoon boeiender dan het tweede, wat niet nagetrokken werd door het anker van dienst.

Dirty mind

Toen ik gisteren naar het werk vertrok, per fiets uiteraard, liet ik zoals steeds als ik een hoek om moet, mijn fietsbel van jetje geven. Gezien worden is belangrijk als fietser, gehoord worden is nisschien nog belangrijker. Mijn bel doet dan ook niet gewoon van ring-ring, een helder en duidelijk dingg-donggg kondigt aan dat er een fietser zal verschijnen. En geen kleuter ook.

Mijn ding-dong werd bijna meteen gevolgd door een ring-ring, ik werd dus achtervolgd. Gelukkig was het iemand die ik ken, want door mijn muts heen hoorde ik iemand vragen “Amai savooi, uw vel blinkt schoon”. Wie schetst er mijn verbazing toen ik licht verbaasd omkeek en mijn juf uit de derde klas herkende. Mijn mond viel half open te midden van mijn half slapend smoelwerk, en ik heb iets gestameld als “Blabliet?”. “Awel, ik zeg dat uw bel zo schoon klinkt”, herhaalde de vrolijke juf.

Misschien hoorde ik wat ik wilde horen, maar ik steek het zelf op mijn warme en geluidsdempende muts.

Wapper

Je staat ’s ochtends op, conformistisch als je bent. Je neemt een lekker en voedzaam ontbijt, bladert snel de krant door, je kleed je aan en je kamt je haar. Je opent de voordeur, en meteen merk je dat het vriest buiten. Niet alleen waait er een wind zo koud dat de kroketjes in je diepvries menen dat ze op een aangenaam warm plekje liggen, nee: de koolmezen die van die vetbol lijken te smullen, zijn in werkelijkheid met hun pootjes vastgevroren aan dat groene netje. Je gaat terug binnen, trekt een warme jas, een sjaal en stevige botjes aan, en je begint je voetpad EN HET FIETSPAD te schuren met veel water. Totaal het feit negerend dat er die dag nog een kleine 400 scholieren en minstens 1 savooi komen langsgefietst.

Retorische vraag: dan wappert er toch iets daar vanboven?! Dan heeft toch minstens één schroefje het begeven in de loop der tijden, nee?