Men neemt een aardappel
of twee
men stampt die
men heeft puree
En in mijn dromen krijg ik hier applaus voor.
Men neemt een aardappel
of twee
men stampt die
men heeft puree
En in mijn dromen krijg ik hier applaus voor.
364 dagen per jaar kan ik er perfect mee leven dat de volgende dag exact hetzelfde zal zijn als de vorige.
364 dagen per jaar draag ik fatsoen, ratio en hoffelijkheid hoog in het vaandel.
364 dagen per jaar fiets ik zonder problemen binnen de lijntjes.
Vandaag is die éne dag. Vandaag is het Beest in mij baas. In gedachten heb ik een strijdvlegel in de ene hand en een furieus brandende toorts in de andere. Alles mag kapot, ga maar een stapje opzij. Een flinterdun laagje beschaving kan nog net allerlei daden en woorden indammen waar ik spijt van zou krijgen. Vandaag heb ik een lijstje en als je denkt dat je er op staat: verzoek de goden dat we elkaar niet treffen op deze ene dag. Vandaag bijt ik.
Eindelijk werkt ze dan:
mijn machine die laat vergeten!
Waar ik ze gelaten heb
zou ik helaas niet meer weten.
Een camion
ging
met claxon
plots volop in de freinen
’t scheelde niet veel
dus zijn remspoor
is maar net langer dan ’t mijne
als het gemis
groter wordt dan wat er was
wordt het tijd om wat er wél is
te vieren met een glas
Die mannen die enkel bij mooi, zomers weer per fiets de afstand tussen heem en werkplek overbruggen: ik snap ze wel. In de winter is het koud, en soms nat. Ik werk dan ook liever van thuis uit.
Waarom ze dan op een racefiets zitten, snap ik ook. Vaak trainen ze immers voor de ritten die ze in het weekend met hun kameraden afleggen. Want ze willen op die paar zomermaanden toch minstens een paar duizend kilometer per jaar afleggen. Dat doe ik ook, maar meer gespreid. Dus dat snap ik. En ze treden dan even in het zadelspoor van hun epo-helden. Snap ik best.
En dat ze dat dan bij voorkeur in een strak wielrennerspakje doen: logisch, waarom zou ik dat niet snappen? Het is luchtiger, en je weegt minder zonder zware kleren. Die ze dan in een rugzakje meezeulen. Maar kom: ik snap ’t hoor. Hun helden met hun kleine motortjes in hun fietskader doen dat ook.
Elk mens, ik ook, snapt dat ze geen onderbroek dragen op de fiets. Die broekjes zijn comfortabel voorzien van een sponsje, en anders zou dat schuren op plaatsen waar geen mens geschuur wil ervaren. Tuurlijk, dat spreekt.
Maar waarom ze soms per sé voor een doorschijnende witte broek kiezen: dat snap ik niet!!! Zelfs door een zonnebril doet die ongeharste spaarpotgleuf verdomd pijn aan de ogen!
De mandenvlechter was op zijn tenen getrapt
door het nieuwe hulpje dat hij had aangeworven
die gebruikte wis en waarachtig te veel brute kracht
en de mand was nu verkorven
Wie alle vlecht-termen vindt, krijgt een virtueel applausje. 🙂
Wie vandaag rondfietst met een muts
is toch meer kwijt dan haar kluts?
Oh, en blijkbaar minstens één pedaal:
het meisje droeg ook nog een sjaal.
En haar handschoenen waren ’t bewijs
dat ze méér mist dan één vijs.
Zelf was ik eerder mijn noorden kwijt
door het diepe decolleté van die meid.
Een mankement van de Zachte Wetenschappen, niet het enige en niet het grootste, is dat er zo weinig gestreefd wordt naar meetbaarheid. Een Periodiek Systeem Der Gemoedstoestanden lijkt me een mooie aanzet. Emoties en gevoelens krijgen dan een soortelijk gewicht, dat aangeeft in welke mate ze de gemoedstoestand van iemand verheffen dan wel neerhalen. Ik som er alvast enkele op; iemand moet de eerste stap zetten, nietwaar?
Nu nog kleurtjes en symbolen bedenken voor een mooie tabel, en we zijn vertrokken. Geen dank!
Ik fietste, volkomen per abuis
Dwars door een eenzame regenworm heen
Hij krijgt er kop noch staart aan
Maar hij is niet meer alleen.