Mottig word ik ervan… Ik heb geen idee of ik België zie op een satellietfoto of naar een herkenbaar lichaamsdeel zit te zoeken op een echografie.
Bron: meteobelgie.be
Mottig word ik ervan… Ik heb geen idee of ik België zie op een satellietfoto of naar een herkenbaar lichaamsdeel zit te zoeken op een echografie.
Bron: meteobelgie.be
Op enkele dierbaren na word ik meestal een seconde lang lastig van mensen die onverwacht aan de deur staan. Het gaat dan niet zo zeer om de persoon in kwestie, maar om de domme gewaarwording dat ik betrapt word tijdens het nutteloze-dingen-doen, en daar ook mee moet ophouden.
Eén van die steeds welkome gasten is mijn kater. Al zie ik hem steevast van kilometers ver aankomen, vandaag verraste ie me op de fiets, op weg van het werk naar huis. Ik twijfelde heel even, want ik had geen druppel alcohol in mijn maag. Soit, hij was er, en ik stuurde hem naar goede gewoonte niet weg.
Bleek dat hij met een absurde vraag worstelde: wat als alle gezegden, spreuken en wijsheden toch niet zouden blijken te kloppen? Of zouden ophouden met kloppen? De porseleinwinkel heeft dan helemaal geen moeder. En die ene zwaluw zou dan wél de lente maken. Stel je voor dat die ineens halverwege de straat van Gibraltar zou denken: “Tiens, in Marrakech is het toch leuker toeven dan in de Vlaanders… Foert, ik draai terug!”. Misschien klopt er ook niks van de stelling ‘Nicht en kozijn, dat vrijt zo fijn’. Misschien is dat wel de slechtst denkbare seksuele ervaring ever?! En kan die uil wel degelijk lezen, maar vertikt hij om lelijke lettertypes te lezen. Dan helpen die kaars en die bril inderdaad niet, zo is het gemakkelijk. Worden er nooit nog krollen van een trap gekrabt, blijft die aap altijd in de mouw (lijkt me nog pak-ken lastiger dan RSI), zou het gekregen paard dolblij zijn als je eens in zijn bek zou kijken en had Abraham nooit geweten wat mosterd is. En dan zou je fietsen wel degelijk kunnen verleren.
Krijg dat maar eens te horen op 4,5 km van thuis, terwijl je naast een onbeschrijflijk gore gracht trapt.
het graan wuift me toe
maar ik herken het graan niet
ik steek mijn tong uit
Bij nacht en ontij haalt mijn kater dus zulke gedrochten boven uit mijn oude poëtisch werk… Tsss! Leve Maas en Moor!
Ze bestaan echt, ik zweer het u: automobielbestuurders die weten dat het niet tof is om vlak achter of naast een fietser te klaxoneren alsof hun leven er van af hangt. Want ze weten dat niet hun leven maar dat van de fietser er van af hangt! Ten eerste omdat de fietser in kwestie zich al gauw een hartverzakking of toch minstens een derde bijbal schrikt, en ten derde omdat alle andere weggebruikers zich dan een seconde lang afvragen of zij zich aangesproken horen te voelen. Hun aandacht is heel even afgeleid van het verkeer, en dus ook van de fietser. Ze bestaan, heus waar. Ik ben er zelfs fan van! Maar hun voorbeeld wordt te weinig gevolgd.
Als u zich aangesproken voelt: ik waardeer het uiteraard wél dat u me probeert te groeten! Maar overweeg voortaan een paar korte tuutjes in plaats van een dolenthousiast pooooooeeewwwaaaaap. Of ik kom ooit achter uw tandarts staan als hij uw kies aan het ontzenuwen is, om als een dolleman aan mijn fietsbel te beginnen hengsten op het moment suprême.
Met stip aanbevolen voor een Dzoef van de Week:
Stoppen met roken, ik vind dat het makkelijker zou moeten zijn…
Mijn jeansbroek is best comfi, en zit me wonderwel.
Maar na fietsen in een stortbui zit ze té dicht op mijn vel…
Om maar te zeggen dat ik me met zo’n plakbroek echt niet kan concentreren op mijn werk, en zelfs terug begin te bloggen!
Is dit nu zo’n ‘kanaalrat‘? In de laatste 17 minuten heeft de binnenplaats hier 4 keer blank gestaan én was de lucht 3 keer herlderblauw en zonnegeel.
Dingen die ik met enige aandrang zou willen geschrapt zien:
Mijn kater is een klootzak en tegelijk een warme vriend. Zoals het hoort me dunkt.
Vandaag was ik uitgenodigd op een prachtig doopfeest van de jongste telg van een erg goede vriend. In onze eigenste, heel mooie kerk waar ik vroeger als misdienaar nog menig uur op de pastoor zijn rug heb zitten zien. Zelf ben ik iets minder gelovig dan toen (een understatement van het formaat ‘De onderhandelingen over de staatshervorming lopen niet van een leien dakje’), maar het was fijn om te merken dat ik wel nog steeds fan ben van die kerk, het gebouw dus.
Al gauw viel het me op dat er nog iets is dat niet veranderd is in al die jaren… Mensen waarvan ik zeker weet dat ze een voor het oor aangenaam gesprek kunnen voeren, inclusief intonatie en timbre, beginnen spontaan compleet toonloos te praten als er een stuk tekst samen wordt opgezegd of voorgelezen. De ouders hadden hun best gedaan om mooie teksten te verzamelen om dit aloude ritueel op te luisteren, en ik ga er van uit dat de aanwezigen uit vrije wil naar onze dorpskern waren afgezakt, en toch klonk het telkens alsof er onder dwang een heel saai stuk encyclopedie diende gedeclameerd te worden. Een beetje een domper op de toch feestelijke ceremonie.
Ik was dus benieuwd geworden of er regels of afspraken bestaan over de manier waarop kerkbezoekers een tekst dienen uit te spreken. Helaas: niks over gevonden eigenlijk. Zou dit gewoon ontstaan zijn uit onze oude Vlaams-Katholieke roots, waar opvallen of uit de band springen niet echt aangemoedigd werd?
M’n speurtocht heeft wel een paar andere regels opgeleverd, die ik als afvallige af-vallende best verrassend vind en wou delen (qua tweede start voor savooistomp kan dit tellen dacht ik zo 😉 ):
Zo, als dat niet interessant was…