Trés petite

Coltrui heeft weer eens een punt als een versgeslepen potlood: weg met al die klakkeloos overgenomen vreemde woorden! Ik zal dan ook proberen zo correct mogelijk te vertellen hoe mijn nieuwe aanwinst me bevalt, een mini-laptop erg kleine schootrekenaar van dun Aldi.

Terwijl ik zit te loeren naar Goodfellas Goeiekerels, voel ik m’n mooie witte Akoya Mini E1210 nauwelijks op m’n schoot. Met z’n 10 inch duim scherm is ie net breed genoeg om comfortabel te werken. Alleen de hoogte is wat wennen, nu alle websites webstekken voorzien zijn op monsters van schermen. Er waren zelfs een paar dialoogvensters waarvan de OK-knop net onder de taakbalk viel. Details, die ruimschoots goedgemaakt worden door de snelheid van het bakje. Het toetsenbord werkt heel aangenaam, zelfs een punt krijg ik moeiteloos op het scherm, hoewel de knop niet veel breder is dan een balpen. Ik ben al blij dat ik zo lang getwijfeld heb tussen de EEE PC Persoonlijke Rekenaar (mooi, solide, werkpaardje) en de Aspire One Eén (groter toetsenbord), voor 369 euro heb ik een groter scherm, een grotere harde schijf en een verse XP-licentie formele toestemming om XP te gebruiken. Een ‘volwaardige’ schootrekenaar kost tegenwoordig niet heel veel meer (een Vostro van Dell Hoerr heb je al vanaf 399 euro las ik), maar dit machientje is licht en klein (de handleiding is bijna dikker dan het toestel), en erg zuinig. Als ik iets wil doen waarvoor ik niet mobiel hoef te zijn, pleur ik de desktop bureaubovenkant wel aan.

Een goed idee van Coltrui Bergpaskledingstuk, benieuwd of ik morgen alternatieven kan bedenken voor subversion, pointer en refactoring. 😉

Draadloos printen (III)

********NERD ALERT********

Een tijdje geleden heb ik hier wezen klagen dat de nieuwe printer op geen enkele manier draadloos te bereiken was. Een kleiner tijdje geleden heb ik uit nieuwsgierigheid Google Analytics gevraagd om de savooistomp wat in de gaatjes te houden. Op het eerste gezicht heeft het één evenmin met het ander te maken dan mosselen met een aansteker, maar wat blijkt: hier komen wel degelijk meer dan 4 mensen langs. Én: de meeste Googelaars komen hier na een zoekopdracht naar ‘draadloos printen’. Ik zou een gelukkiger mens zijn als ik wist dat deze brei hier iemand een stap vooruit heeft gebracht, dus ik deel graag met de gauwte een oplossing voor het printprobleem. We mogen er niet blind voor zijn: gans deze post is dus voor velen onder u van generlei nut. Nou, ‘velen’ is dan ook weer een groot woord 😀

De doorbraak kwam er toen ik noodgedwongen een nieuwe modem/router heb aangeschaft, meer bepaald een Netgear-toestel. Bij het configureren van het draadloze gedoe hier (meestal te bereiken via een adres als http://192.168.0.1, check de handleiding van uw roetter voor meer info) , merkte ik dat ik kon zien welke toestellen er zoal verbinding maakten met het netwerk. Voordien had ik al talloze keren geprobeerd de printer (HP C4380) via de in de handleiding omschreven procedure verbinding te laten maken met de WiFi. En elke keer werd mijn poging op het laatste moment onderbroken. Bij de verbonden toestellen zag ik de printer wel staan, vermeld als HP en dan nog zes cijfers of letters (laatste deel van het MAC-adres van de printer). In het menu kon ik onder ‘LAN IP Setup’ dan een IP-adres toewijzen aan de printer. Daarna was het een eitje: ik kon via de browser surfen naar de printer, en daar middels een mooie interface nog wat instellingen op punt zetten.

Als ik nu de printer draadloos wil toevoegen, kies ik voor een internet-printer, vul het IP-adres in en klaar. Zelfs onder Ubuntu werkte dit meteen (voor het instellen van de printer zelf is nog steeds een Windows-machine nodig als ik me niet vergis).  Ubuntu herkende de printer ook meteen, de juiste driver instellen was slechts een zaak van het juiste printermodel aanvinken.

Monkelen op maandag

Maandagen bevallen me zelden. Ongetwijfeld is dat wederzijds. Als een maandag dan wel toevallig leuk uitdraait, is dat dubbel plezier.

De straat waarin ik woon is met 3 andere straten verbonden via servitudewegjes die achter de tuinen doorlopen, plaatselijk gekend als ‘de gangeskes’.  Toen ik nog niet wist dat ik nooit zou worden wat ik toen wilde zijn, waren dat aarden paadjes, die we op tijd moesten mijden. Het was er ’s nachts namelijk pikkedonker, zoals dat hoorde. Tegenwoordig is het leeuwendeel betegeld, en aangenaam verlicht. Tenminste: tot voor kort.

Enige burgerzin is me niet vreemd, dus heb ik vrijdag via het geweldige e-loket van onze gemeentelijke webstek melding gemaakt van het defect. In vloeiende bewoordingen, dat spreekt: mijn kater heeft gedicteerd wat ik moest verzenden. Ik geef even die vrucht van mijn klavier mee, ik kan ze moeiteloos kopiëren uit de bevestigingsmail die ik gelijk na verzending mocht ontvangen:

Korte omschrijving plaats en probleem:
Verlichting laat het afweten.

MELDING:
De verlichting in de ‘gangetjes’ die in B. de ***straat, ***straat, het ***plein en ***straat met elkaar verbinden laat het regelmatig afweten.

Bondig en zonder leugens, zoals het formulier stipuleerde. Vandaag kreeg ik al een antwoord van de bevoegde diensten. Zonder disclaimer whatsoever, dus als ik me niet vergis mag ik daaruit vrij citeren:

Geachte,

Gelieve paalnummers te bezorgen teneinde het defect via de website van Eandis te kunnen doorgeven
Mvg

Enkele bedenkingen:

  • als ik had geweten dat ik meteen terechtkon bij Eandis, had ik dat wel gedaan
  • mooie nederlandse frase
  • en het gaat niet alleen om een hele rits palen, het is zoals gezegd pikkedonker aan die palen, want… inderdaad

Bon, een beleefd antwoord van mijnentwege:

Beste,

Dat zal dan pas voor komend weekend zijn, als ik thuis ben is het al donker en dan kan ik de paalnummers niet lezen, aangezien de verlichting niet werkt…

Ik hou u op de hoogte.

Vriendelijke groetjes,

Gelukkig bleek dit geen probleem te zijn, ik kreeg voorwaar spoedig een tegenbericht:

Geachte,

Zal vandaag onze toezichter langssturen om nrs. te noteren.
Zijn alle palen ?
Mvg

Niets op aan te merken, toch? 😀

Terwijl ik al redelijk tevreden was over het verloop van deze maandag, stond ik tijdens het wachten op mijn lasagne, de verpakking ervan eens uitgebreid te lezen. Een mens dient zijn rooktijd immers nuttig te besteden. En die bevatte tegenstrijdig te noemen aanwijzingen ende directies! De bovenkant suggereerde dat het bakje lekkers in 25 minuten beetgaar was, en de onderkant gaf de aandachtige lezer de raad om 5 minuten langer te wachten. Diezelfde onderkant bleek nog meer humor in petto te hebben: in België en Frankrijk dient dit product bewaard te worden bij 4°C, en in Nederland volstaat 5°C…

Alles welbeschouwd toch een maandag die me lang zal heugen!

Yup, mijn lat ligt steeds lager…

Liberation

Excuses passen net zomin op dit blog als mijn kont in een slip maat medium, maar toch: het voelt wat ongemakkelijk dat het hier al zolang stil is. Bescheiden poging dus om wat verse patatjes in de stomp te gooien, al is het weer mijn kater die de aanleiding geeft. Zeg niet dat ik het niet gezegd heb.

Het was ongelooflijk lang geleden dat ik op een vrijdagavond een absoluut totaal bevrijdende belevenis mocht ervaren. En u voelt hem al: vanavond was het prijs! Nooit eerder had ik me kunnen inbeelden hoe verlossend het kan zijn om met 649 al dan niet gelijkgestemde zielen, in een parochiezaal ten velde uit volle borst te brullen: ‘Waaaaaant deeeee weireld dieje go nor de kloewete’. Het lijkt een lange weg tussen het lichtrode oortjes krijgen tijdens het luisteren van de platen van Katastroof op mijn kamertje als 14-jarige, en het ongegeneerd meebrullen met ‘Dikke tetten’ en ‘Zuipe zuipe’ vandaag. Noem ze volks, noem ze zelfs plat voor mijn part, ze speelden de afgelopen 30 jaar wel mooi 20 albums vol. En die mannen kunnen een ferm stukske muziek spelen en zingen! Als bewijs daarvan de meerstemmige, a capella, licht aangepaste versie van ‘Het loze vissertje’. YouTube is uw vriend als uw nieuwsgierigheid geprikkeld zou zijn. Sommige van hun meer ernstige nummers zijn beenhard verankerd in mijn playlists (Vriendschap, Ontwaken, Het geloof,…).

Het voelt echt fijn, nog eens te kunnen vaststellen dat ik 2 keer op 1 dag zal gaan slapen. Ik kruip tevreden mijn bed in, nadat ik mijn kater nog een palmke heb uitgeschonken. Hopelijk houdt ie zich rustig, dan kan ik nog net lang genoeg zacht piekeren over het te korte afscheid eerder vanavond van enkele goede vriendinnen die morgen voor 35 dagen naar den Vreemde trekken. Als het meezit, kan ik zelfs nog even glimlachend terugdenken aan een paar knuffels van vandaag die me hebben doen tintelen. Niet op een ‘opwindende’ manier, maar als verstokt vrijgezel sinds lang is het steeds weer verbazend hoe lichamelijk contact me raakt. Misschien mis ik toch iets. Als laatste ga ik even zachtjes giechelen als ik terugdenk aan de oudleiding van een naburige chiro, die ik op het kerkplein een stevige donderpreek hoorde krijgen van een omhooggevallen chef van een té duur restaurant, omdat de onverlaat het had gewaagd tegen zijn pas vernieuwde gevel in arduin te zeiken. Ik overweeg m’n kater nog gauw even tot daar te sturen.

Gène

Er mag een geldtransportwagen op m’n kop vallen als het niet waar is: ik heb net Paul D’Hoore, de fietsende goeroe wiens naam op CNN veel grappiger moet klinken, op het Eén-nieuws de volgende frase horen uiten: “1,5 miljard euro is nu niet zo enorm veel geld”. Het gezochte anderhalf miljard moet dienen om de solvabiliteit van Ethias terug op te krikken.

De rest van het bericht heb ik niet gehoord, deels omdat ik een beetje verbijsterd naar de lichtbak stond te gapen, deels omdat ik naar de VTM zapte. Waar ik dan weer mijn favoriete Barend live vanuit Reykjavik zag vertellen dat de Ijslanders nog wél gewoon hun spaargeld kunnen gaan opnemen bij Kaupting bank. Een chanceke waar een goeie 20.000 Belgen die verlekkerd waren op de eerste rekening met marges tegen de 5% niet direct op hoeven te rekenen. Ik ben er nu, bijna een uur later, nog steeds niet over uit wat me het meest waanzinnig overkwam: het feit dat een redactie het wel pittig schijnt te vinden om te melden dat Belgisch spaargeld wordt afgehaald in Ijsland, of de beslissing om Barend voor die melding naar het Noorden te sturen. Op de Internationale dag voor de uitroeiing van armoede. En de Dag van de Jeugdbeweging uiteraard, ik zou het nog vergeten begot.

Ik ben stilaan de lichtknop kwijt. Niet omdat mijn vetpotten buiten bereik zijn, en ook niet omdat ik de confituur van m’n boterham moet schrapen om m’n kinderen een lekkere lunch te gunnen. Om beiden ben ik dankbaar. Maar omdat het ontzettend lang geleden is dat ik op een week tijd uit zulke tegenstrijdige berichten moet besluiten dat onze welvaartstaat nu wel echt stilaan zélf de lichtknop kwijt is. De ene dag lees ik in een artikel een zeer aandoenlijk verhaal van een man die z’n hele familiekapitaal (800 000 knotsen) in aandelen had geïnvesteerd, en dat nu herleid zag tot een goeie 50 000 euro. Waarna ik niet anders kon denken dan ‘domme domme man’. En ook wel: schaam je maar snel een beetje, Paul D’Hoore en alle andere optimisten, die de afgelopen jaren de menschheid per sé wilden wijsmaken dat de beurs een spelletje is. Of een ander artikel dat medelijden probeerde te wekken met gezinnen die pas voor 75 000 euro op de beurs-schommel hadden zitten spelen, en nu waarschijnlijk hun huis moeten verkopen. Oi! Als je vijf-en-zeventig DUIZEND euro op overschot hebt om mee te gaan spelen, dan heb je weinig te klagen. En als je daar dan je toekomst mee in gevaar brengt, ben je gewoon slecht bezig. Ik vind het oprecht erg dat mensen zuurverdiende centen verliezen, maar als ik van de kerktoren spring, kan ik verwachten dat ik m’n beide poten breek, zelfs al is er een kans dat er net een open vrachtwagen vol matrassen komt langsgereden.

Ook deze week las ik en zag ik mooie reportages of artikels over vrijwilligers die steeds meer niet-meer-te-verkopen voedsel ophalen, om dat ’s avonds aan de Zoo in Antwerpen te verdelen onder steeds meer hongerige magen. Of hoor ik dat sociale woningen eigenlijk alleen zouden mogen toegekend worden aan mensen die werk hebben. Da’s hetzelfde als op de Spoedafdeling tegen iemand met een gebroken arm zeggen dat ie de pot plaaster zelf eerst met beide handen uit de kelder moet gaan halen?? En tenslotte leerde ik een organisatie kennen die dankzij bescheiden giften, micro-leningen uitschrijft over heel de wereld, om mensen terug op het goede spoor te zetten.

Nu ga ik afwassen, de juiste bronnen post ik later nog. Ik wou dit even wegschrijven, omdat ik zo onfatsoenlijk pissed ben op mezelf omdat ik tot daarnet aan het twijfelen was welke 2e laptop ik zou kopen.

Nijlhans

Net thuis afgezet door mijn kater, zeer tof van die pee. Ik had het grote geluk te mogen gaan dineren bij een geweldige gastheer en -vrouw, en ik herinner me niks van de terugtocht per fiets. Het moet dus wel mijn kater zijn geweest! Die is zich nu naast mij ferm druk aan het maken over het Dierenrijk… Vandaag ben ik namelijk met mijn zusje twee routes naar mijn nieuwe werkplek gaan testen, en we kwamen nogal wat beestjes tegen onderweg. En die blijken zich verbazend dom te gedragen volgens m’n kater!

De route barstte echt van de verrassingen. Ik wou 2 fietsroutes tegen elkaar afwegen, de eerste via de fietsknooppunten, de tweede was een gewoon alternatief voor de Grote Baan, die wegens 2 of 3 kruisende opritten der autostrada wat gevaarlijk is. De fietsknooppunten had ik uitgezet op een fietskaart, én vergeleken met een routeplanning op Fietsnet. Zéér indrukwekkend trouwens, erg de moeite: begin- en eindpunt aanklikken, en het Systeem zoekt een weg uit, die je kan afprinten, uitknippen en op de buis of het stuur van je fiets kan plakken.

De knooppuntroute leidde ons binnen de kortste keren langs de meest schilderachtige landschapjes. Wegjes waar je tsjokkende paarden en hun ruiters voorbijpeddelt, en af en toe een wei met Heilan Coos tegenkomt. Kortom: een fietsreis waar je spontaan trager van begint te trappen en begint bij te fluiten. Letterlijk, vraag het aan m’n zus. Twee nadeeltjes maken de route niet geschikt voor mijn woon-werkverkeer: het merendeel van de wegeltjes is niet of slecht verlicht, en er zitten een paar kilometers in over steenslagweg. Bij regen én bij droog weer zorgt dat dus voor rode spikkels en sporen op mijn nieuwe schoenen en stijlvolle broeken die kaderen in mijn nieuwe werkperoon. Jawel, Savooi gaat volop voor Saveaui vanaf maandag: hemdjes, min of meer deftige broeken, en voor het eerst in 2 decennia echt lederen schoeisel in plaats van skeetschoenen. Vans, Airwalks, Etnies, zelfs J&F: ik heb ze allemaal versleten. Tel dat samen met een net kapsel en een voortdurend geschoren smoelwerk, en de mensen die me kennen merken een aanzienlijk verschil. Vandaag heb ik me overigens voor het eerst gescheerd geschoren met scheerolie van de Body Shop. Een féést zeg ik u!! Ik heb al echte scheerzeep (voor de kwast) gebruikt, en scheerboter, maar dit is het echte werk. Het ruikt lekker, het scheert lekker, het voelt lekker. Als extra minpuntje zitten er 3 bruggen verstopt in de 12,5 km tot aan m’n werk, en dat is van het goede nét te veel. De andere route telt 2 bruggen, en is een volle kilometer korter, dus dat is voolopig de winnaar. Al zal ok ongetwijfeld op mooie dagen de lange route toch nemen, om goed gezind op het werk dan wel thuis aan te komen.

Maar die beestjes dus. De laatste tijd heb ik meer dan eens een vlucht ganzen zien overvliegen. En hoewel ik er van overtuigd ben dat die vriendjes van Nils Holgerson hun tocht naar het zuiden hebben aangevat, merkte mijn kater scherp op dat ze steeds in een andere richting vlogen. Nu gebiedt de eerlijkheid me te vertellen dat ik het richtingsgevoel heb van een dronken vleermuis, maar ik ben er relatief zeker van dat die (k)waakhonden-met-vleugels zelden richting zuiden vlogen. Mijn kater is nu op Wikipedia aan het uitzoeken of ze eerst lansgaan bij hun familie misschien vooraleer aan hun overwintering te beginnen? We hebben vandaag samen ook heel wat paarden gezien, op stap of in hun wei. De exemplaren die zich in een wei bevinden, stonden zonder uitzondering een beetje dwaas voor zich uit te staren. En elk paard dat mijn kater op de weg naar huis heeft gezien vannacht, stond te grazen?! Nu zou ik het zelf ook liever donker hebben om niet te zien dat ik een trog gras zit weg te knauwen, maar het lijkt me toch een beetje anders-dan-bedoeld?

Maar wat wou ik eigenlijk vertellen…? Oh ja: het menu! Om mijn overstap van sociale naar privé sector te vieren, werd ik vergast op een op z’n zachtst gezegd copieuze maaltijd. In die mate zelfs, dat we onderweg besloten om een tweede keer over te gaan op sorbet om het spijsverteringsstel wat op orde te brengen. En verder aten we:

  • flensjes gevuld met spekjes, champignons en spinazie
  • pompoensoep met gedroogde ham en room
  • een sorbet van kiwi en sinaasappel
  • zelfgesneden frietjes met het beste stoofvlees everrrr met Westmalle (trappist én trippel) en een geheim ingrediënt dat u nooit kan raden (letterlijk, ik zal nooit verklappen wat er in zat) en een gratin met tomaat, komkommer en courgette
  • nog een portie sorbet
  • en een pannenkoek met vanille-ijs, fruitcocktail en verse zoete slagroom

Om dit alles wat te laten schuiven richting uitgang bedienden we ons van schuimwijn vooraf, een fles lekkere rode wijn per manspersoon, en we rondden de avond af met een koele trippel van Westmalle. De verbazend krachtige winden van mijn kater doen me al kwijlend terugdenken aan het stoofvlees, waarmee ik _niet_ wens aan te geven dat de carbonades in kwestie een ietwat verdachte smaak hadden! Het geheime ingrediënt laat zich gelden, meer niet. Wie trouwens de gastheer in zijn of haar eigen keuken in gang wil zien: dat kan! Geef me een seintje, en ik breng u in contact met deze stiekeme chef die overweegt om zijn uitmuntende en verrassende kooktalent ten dienste te stellen van feestjes en partijen allerhande. Ik overweeg alvast om van zijn diensten gebruik te maken om indruk te maken op Haar.

Tijdens het typen van dit kant noch wal rakende stuk blog, heb ik twee maal het debuutalbum “Wat als” van Hannelore Bedert beluisterd. Jongens toch, wat een engelenstem!! Ik ben er zo blij mee, dat heeft echt gene naam. Het album is een mooi geheel, geen verzameling nummers zoals men tegenwoordig wel eens tegenkomt. Meerder nummers geven me kippenvel zoals ik op de Nekkanacht 2008 heb ervaren, toen ze met ‘Met uw ogen toe’ het Sportpaleis tot aan de nok deed rillen. Op de ghosttrack op ‘De hemel in het klad’ van Bart Peeters hoort u me trouwens fluiten als een dolle hond (maak ik mezelf wijs, er waren 2 dagen Nekkanacht en ik was maar op 1 ervan aanwezig…) na haar duet met ‘Zonder woorden’. Sommige tracks zorgen voor ongemakkelijk prikkende ogen, anderen voor een kleine glimlach. Luistermuziek van het betere soort dus, een grote aanvulling in het Alfabet der Nieuwe Kleinkunst (ook hierover snel meer). ‘Met uw ogen toe’ kende ik het best, ik heb dat nummer grijs gedraaid op haar MySpace, en ik was best verrast door de versie ervan die het album heeft gehaald. Ik miste heel erg de opening door de cello/viool (ik ken niks van strijken), en ik fronste mijn oogborstels toen ik de overdaad aan drums of percussiewerk opmerkte. En dat geldt voor het hele album: zelf had ik het wat rustiger verwacht, wat puurder piano en strijkers. Maar laat me het beschouwen als een zoektocht naar een eigen toon en de juiste producer. In elk geval: wat een pareltje zeg. Ik beschouw het als een heilige missie om de wereld mooier te maken voor mijn petekind, en ik heb alweer een kleine schat meer om na te laten aan mijn grote schat.

Smelt smelt

Lekker weer he? Ja die seizoenen, niet meer wat ze geweest zijn. Hmm nee.

De malaise op de beurs? Geen last van, mijn geld zit onder mijn matras, in een zwarte sok. Als ge me niet gelooft, moogt ge gerust eens…

Ik denk dat de deeltjesversneller terug is aangezet, mijnen tikker is net 2 versnellingen hoger gegaan?

Of een mopje! Maar de enige die ik kan onthouden is die van Miet Smet en de crash van Fortis.

Héél misschien kan ik haar net zoals vandaag helpen bij het binnenzetten van haar fiets!

Ik zie het al weer van een kilometer of 17 aankomen: ik ga morgen helemaal niks zeggen uiteindelijk tegen die leuke juffrouw die bij ons in het gebouw werkt. En ik ga ze dus nooit meer zien. Ja het is de allerlaatste dag dat ik er ben, en ja ik ben een platte mus, en ja… Misschien moet ik mijn kater maar meenemen naar het werk, en hem opdragen om te doen wat Inferis voorstelde: de deur van haar kantoor opengooien, ze van haar stoel tillen en plat op de bek zoenen. En dan als een held uit een slechte film m’n jas over mijn brede schouder zwieren, mijn fiets bestijgen en de ondergaande zon tegemoet rijden.

Koppie paste

Wahahaha, kom ik thuis van een rondje Kibbelingen smullen en rondedansjes doen met mijn Fantastische Petekind en haar Geweldige Broer, check ik nog even de Google Alerts voor ik aan de afwas begin, en wat komen we dan tegen op de site van het Belang van Limburg? Een artikel over de Gouden Ridder, een beloning voor een vrachtwagenchauffeur die al lang veilig rijdt (ongeveer), dat eindigt met:

NIET VOOR PUBLIKATIE: Meer informatie over Ridders van de Weg kunt u krijgen bij **** *********, Manager public relations van *** verzekeringen. Hij is bereikbaar op: +31-*********; Contact met de Gouden Ridder 2008 kunt leggen via zijn werkgever,*******, NV. Telefoonnummer: +32-*********. Belga is niet verantwoordelijk voor de inhoud van bovenstaande mededeling/. .

De sterretjes vervangen echte namen en telefoonnummers, die in het artikel wél gewoon te lezen zijn. De tijd van de jobstudenten is voorbij, men zal dit blind copy-pasten dan op een stagiair schuiven of zo? 😀 Benieuwd of de spelfout in ‘PUBLIKATIE’ gemaakt is bij Belga, of in het originele persbericht.